Advies Onderwijsraad artikel 23

5 april 2012
Het recht van ouders om een openbare basisschool te stichten, moet in ere worden hersteld. In het voortgezet onderwijs kan het bestaande recht voor het stichten van een openbare school een stevigere wettelijke basis krijgen. Dat vindt de Onderwijsraad, die op verzoek van de Tweede Kamer een advies heeft opgesteld over grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs.

De Onderwijsraad kreeg van de Tweede Kamer de opdracht om te onderzoeken of artikel 23, dat dateert van 1917, nog wel bij de huidige samenleving past. Het advies van de raad is dat het grondwetsartikel kan blijven bestaan, maar dat het wel ruimer kan worden geïnterpreteerd.

Richtingvrije scholenplanning
De voorgestelde ruimere interpretatie van artikel 23 zou tot uiting kunnen komen in het stichten van scholen op basis van pedagogische visies of relatief nieuwe levensbeschouwelijke overtuigingen. Nu is het nog zo dat de interpretatie van artikel 23 slechts ruimte laat voor het stichten van bijzondere scholen op levensbeschouwelijke of religieuze oriëntatie. De Onderwijsraad spreekt in dit kader van ‘richtingvrije scholenplanning’.

Wat betreft het openbaar onderwijs adviseert de Onderwijsraad om het recht van ouders in ere te herstellen om een openbare basisschool te stichten. Dit versterkt de keuzevrijheid van ouders, zo stelt de raad. In het voortgezet onderwijs kan het bestaande recht voor het stichten van een openbare school (art. 67 WVO) een stevigere wettelijke basis krijgen, zo staat in het advies.

Elk initiatief een kans
In nieuwbouwwijken, zo stelt de Onderwijsraad, moet bij het realiseren van een school elk initiatief een kans krijgen. Wanneer de initiatieven voor een bijzondere school niet aanwezig zijn, dient de gemeente te voorzien in openbaar onderwijs. Dit vat de raad samen in het principe ‘de overheid handelt bij het falen van de markt’.

In het advies staat dat bij het bepalen van de behoefte aan een bepaalde vorm van onderwijs, de directe meting moet worden gebruikt. Dit is een punt dat VOS/ABB erg belangrijk vindt, omdat de indirecte meting, die in de huidige situatie bij het stichten van scholen wordt toegepast, in feite de onderwijsbehoefte uit het verleden in kaart brengt. Dit kan in gemeenten met veel bijzonder onderwijs ernstig in het nadeel van ouders zijn die voor hun kinderen openbaar onderwijs wensen.

Het advies van de Onderwijsraad vermeldt nadrukkelijk dat het recht van leerlingen op goed onderwijs voorop staat. De raad stelt voor om bij stichting van een school meer controle mogelijk te maken op de onderwijskwaliteit. Er zouden voorafgaand aan de eerste bekostiging scherpere eisen moeten worden gesteld. Dit onderdeel van het advies staat in het kader van met name nieuwe islamitische scholen die hebben bewezen dat zij slecht onderwijs leveren.

Delen:Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Pin on PinterestPrint this pageEmail this to someone